Naar PROFISC

ZZP, u zit er maar mee

Zelfstandigen zonder personeel (zzp) vormen in Nederland een grote groep. Naar schatting werken er zo’n 800.000 mensen als zzp’er. Voor zorgverleners zijn ook veel mogelijkheden om als zzp’er aan het werk te gaan. Een zelfstandige in de zorg bepaalt de eigen werktijden, kan prima voor eigen inkomen zorgen, verleent zorg met persoonlijke aandacht en er is veel vraag naar zorg. Fiscaal is een zzp’er ondernemer. Daar hoort doorgaans een aantal fiscale faciliteiten bij. Het is in de praktijk niet altijd even duidelijk, of iemand voldoende zelfstandig is om daar recht op te hebben. Om misverstanden te voorkomen kan met een zogenoemde verklaring arbeidsrelatie (VAR) de opdrachtgever van zo’n zzp’er gevrijwaard blijven van inhouding van loonbelasting. De VAR moet dan de activiteiten aanmerken als ondernemersactiviteiten. Veel zzp’ers in de zorg hebben de schijn tegen voor wat betreft hun ondernemerschap. Veelal wordt gewerkt via zorgbemiddelingskantoren. Die onderhouden contacten met patiënten en zorgen voor het versturen van facturen. De fiscus stelt zich dan op het standpunt dat er geen sprake is van voldoende zelfstandigheid. Ook in de bouw en in het onderwijs is dit aan de orde. Zo’n ‘schijnzelfstandige’ loopt in de ogen van de fiscus geen risico. In veel gevallen weigert de fiscus dan ook de voor het ondernemerschap gevraagde VAR-verklaring. Soms wordt zelfs een eerder afgegeven verklaring ingetrokken. Dat leidt dan in veel gevallen voor de betreffende zzp’er tot verlies van werk en dus van inkomen. Elke situatie kan uiteraard weer anders zijn voor wat betreft de feiten en omstandigheden. De vraag of de fiscus dus terecht de gevraagde verklaring weigert is niet algemeen te beantwoorden. De ondernemerscriteria zijn echter ruim en de weigering van verklaringen gaat niet altijd even genuanceerd. Er is dus vaak nog wat aan te doen. Recent zijn ook Kamervragen gesteld en zijn er kwesties aan de rechter voorgelegd. Voorlopig bent u echter als zzp’er zorgelijk zonder project.   Van Vugt & Van Hulten Belastingadviseurs, mei 2014