Naar PROFISC

Papier is geduldig

Als directeur grootaandeelhouder (DGA) van uw eigen BV sluit u veel overeenkomsten met ‘uzelf’. Denk bijvoorbeeld aan het geld dat u van de BV leent, salaris dat u ontvangt en een pand dat u verhuurt of verkoopt aan uw BV. U handelt dan als bestuurder namens de BV, maar ook voor uzelf als werknemer, lener, verhuurder en verkoper. Als DGA heeft u ten opzichte van uw eigen BV als het ware een tegenstrijdig belang. Als directeur wilt u waarschijnlijk een zo hoog mogelijk salaris; de BV heeft er belang bij om zo min mogelijk te betalen. Volgens de spelregels van de BV, dat zijn de statuten, mag een bestuurder de BV ‘vertegenwoordigen’, zelfs al zou er sprake zijn van tegenstrijdige belangen. De algemene vergadering van aandeelhouders mag daarvoor ook een ander aanwijzen. Het is daarom verstandig een schriftelijk besluit van de vergadering te hebben, waarin is vastgelegd dat de DGA bevoegd is om namens de BV te tekenen. Dit ondanks het geconstateerde tegenstrijdige belang. Handelingen tussen de BV en de aandeelhouder van de BV, waarbij de BV wordt vertegenwoordigd door deze aandeelhouder, moeten wettelijk gezien schriftelijk worden vastgelegd. Ook al zou dat bijvoorbeeld in een andere situatie niet vereist zijn voor het sluiten van een overeenkomst. Deze regel moet schuldeisers van de BV beschermen. Is de overeenkomst tussen u als DGA en uw BV niet schriftelijk vastgelegd, dan kan de overeenkomst worden teruggedraaid. Dat betekent dat de hele transactie binnen bepaalde tijd achteraf ongedaan kan worden gemaakt. Dit is vooral een probleem in geval van faillissement van de BV. De curator zit dan op uw voormalige stoel en gaat kijken of er nog wat te halen valt. Zonder schriftelijke overeenkomst loopt u daarmee het risico dat u een van de BV ontvangen bedrag moet terugbetalen. Met een eenvoudige schriftelijke overeenkomst kunt u dus aansprakelijkheid voorkomen. Zorg er voor dat u de risico’s zoveel mogelijk buiten de deur houdt, ook wanneer u eenmaal een BV heeft.

Van Vugt & Van Hulten Belastingadviseurs, januari 2015